80-jarige niet te oud voor ondernemerschap

De civielrechtelijke vorm van een overeenkomst is doorgaans bepalend voor de fiscale behandeling. Onder omstandigheden kan worden afgeweken van de civielrechtelijke vorm, bijvoorbeeld wanneer in een overeenkomst een andere voorstelling van zaken wordt gegeven dan de werkelijke gang van zaken.

Een landbouwer staakte in 2000 op 69-jarige leeftijd zijn onderneming. De grond ging naar het privévermogen en werd verpacht aan de dochter en schoonzoon van de landbouwer, die de onderneming voortzetten. In 2012 ging de voormalige landbouwer op 80-jarige leeftijd met zijn dochter en schoonzoon een maatschap aan, waarin het landbouwbedrijf voor gezamenlijke rekening en risico werd geëxploiteerd. De pachtovereenkomst werd beëindigd en vader bracht het economische belang bij de landbouwgrond in. Civielrechtelijk was sprake van een maatschap, met alle daaraan verbonden rechten en verplichtingen. De voorwaarden waaronder de maatschap was opgericht waren zakelijk. Hoewel vader voldeed aan de eisen die de Wet IB 2001 stelt aan het ondernemerschap, bestreed de inspecteur het realiteitsgehalte van de maatschap. Volgens de inspecteur was het aangaan van de maatschap gericht op het behalen van een incidenteel fiscaal voordeel door gebruik te maken van ondernemersfaciliteiten op het gebied van de schenk- en erfbelasting.

De rechtbank was van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat het aangaan van de maatschap en de inbreng van het gebruik en genot van de onroerende zaken niet stroken met de werkelijke bedoeling van de maten. Dat betekent dat zich niet de situatie voordeed dat de maten in werkelijkheid andere rechtshandelingen zijn aangegaan dan zij in de maatschapsovereenkomst hebben gepresenteerd. De mogelijkheid dat vader in de toekomst gebruik zal maken van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- of erfbelasting maakt niet dat de wil was gericht op het behalen van incidenteel fiscaal voordeel. Deze faciliteiten zijn onlosmakelijk verbonden met het fiscaal ondernemerschap voor de inkomstenbelasting.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBNNE2019421, LEE 17/1334 | 13-02-2019

Box 3-heffing op basis werkelijk rendement nog ver weg

Een van de plannen die in het regeerakkoord van het huidige kabinet zijn opgenomen is belastingheffing in box 3 op basis van het werkelijk behaalde rendement in plaats van op basis van een fictief rendement. De staatssecretaris heeft in februari 2018 aangekondigd dat hij in het voorjaar van 2018 de Tweede Kamer daarover zou informeren. In antwoord op Kamervragen deelt de staatssecretaris nu mee dat hij meer tijd nodig heeft om een voorstel voor vermogensrendementsheffing op basis van het werkelijke rendement uit te werken. Een dergelijk stelsel heeft verregaande consequenties voor de administratieve lasten van burgers en de uitvoerbaarheid. Ook houdt een dergelijk stelsel risico’s op belastingontwijking in. Een indicatie van wanneer de staatssecretaris nu denkt met een voorstel te kunnen komen heeft hij niet gegeven.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 2019-0000012408 | 13-02-2019

Uitdeling van winst bij verkoop pand aan dga

Een vermogensverschuiving van een bv naar de houder van een aanmerkelijk belang in de bv vormt een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang als de bv daardoor verarmt en de onttrekking van vermogen plaatsvindt uit winst, winstreserves of binnen afzienbare tijd te behalen winst van de bv. Zowel de bv als de aanmerkelijkbelanghouder moet zich bewust zijn van de bevoordeling. Dit betekent dat een bv en haar dga onderling zakelijk moeten handelen. Is sprake van een bevoordeling, bijvoorbeeld omdat de bv zich een voordeel laat ontgaan ten bate van de dga in zijn hoedanigheid van aandeelhouder, dan vormt dat voordeel inkomen uit aanmerkelijk belang voor de dga. Een voorbeeld van het zich laten ontgaan van een voordeel is de verkoop van een vermogensbestanddeel voor een te lage prijs.


Een bv verhuurde een woon/winkelpand. In verband met een voorgenomen verkoop aan de dga liet de bv het pand taxeren. De taxateur stelde de onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik vast op een bedrag van € 2,6 miljoen. Voor dit bedrag werd het pand door de bv aan de dga verkocht. In de tussentijd was de huurovereenkomst voor het winkelgedeelte, met tussenkomst van de kantonrechter, beëindigd en was een nieuwe huurder gevonden. De oude huurprijs was € 86.000 per jaar. De nieuwe huurprijs kwam uit op € 200.000 per jaar. De nieuwe huurder betaalde een bedrag aan sleutelgeld van € 175.000. De nieuwe huurovereenkomst was tot stand gekomen voor de overdracht van het pand aan de dga, maar ging pas geruime tijd later in. De taxateur van de Belastingdienst berekende de waarde van het pand op € 3.450.000. De Belastingdienst merkte een bedrag van € 1.025.000 aan als voordeel uit aanmerkelijk belang van de dga. Dat bedrag bestond uit het verschil tussen getaxeerde waarde in verhuurde staat van het pand en de verkoopprijs, vermeerderd met het sleutelgeld van € 175.000.


De rechtbank schoof de taxatie die de bv had laten uitvoeren terzijde, gezien de ontwikkelingen in de periode na de datum van de taxatie en de datum van overdracht van het pand. De taxatie van de Belastingdienst accepteerde de rechtbank wel. De rechtbank vond aannemelijk dat de dga het voordeel van de te lage verkoopprijs had genoten in zijn hoedanigheid van aandeelhouder en dat de dga en de bv zich daarvan bewust waren. Ten aanzien van het sleutelgeld stond vast dat de dga dit had ontvangen. De rechtbank beantwoordde de vraag of aannemelijk was dat de dga dit sleutelgeld in zijn hoedanigheid van aandeelhouder van de bv had ontvangen bevestigend. Gezien de betrokkenheid van de dga bij de totstandkoming van de nieuwe huurovereenkomst vond de rechtbank aannemelijk dat de dga en de bv zich hiervan bewust waren.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBNHO201811087, HAA 16/5927 | 17-01-2019

Besteding geleend geld aan eigen woning

Een lening die is aangegaan voor de aanschaf, het onderhoud of de verbetering van een eigen woning wordt aangemerkt als een eigenwoningschuld. De betaalde rente over een eigenwoningschuld is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.
Om een lening als eigenwoningschuld aan te kunnen merken moet de woningeigenaar aannemelijk maken dat hij het geleende geld heeft besteed voor de eigen woning. Dat kan met behulp van nota’s en betaalbewijzen. Kan de woningeigenaar de besteding van het geleende geld niet aannemelijk maken, dan is de rente over de lening niet aftrekbaar.


In een procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden was in geschil of leningen, die enkele jaren na de aanschaf van de woning waren aangegaan, als eigenwoningschuld konden worden aangemerkt. Geruime tijd voor het aangaan van de leningen waren onderhouds- en verbeteringswerkzaamheden aan de woning uitgevoerd. De woningeigenaar had geen bewijsstukken van de besteding van het geleende geld. Een van de leningen was niet aangegaan door de woningeigenaar zelf, maar door zijn ouders. Het hof vond niet aannemelijk dat de leningen als eigenwoningschuld waren aan te merken. Dat betekende dat de rente over deze leningen niet aftrekbaar was.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | ECLINLGHARL201810848, nummers 18/00068, 18/00069 en 18/00070 | 10-01-2019

Winst bij verkoop grond belast

Box 1 van de inkomstenbelasting omvat naast de winst uit onderneming en het loon uit dienstbetrekking het resultaat uit een of meer werkzaamheden. Daartoe wordt gerekend het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal, actief vermogensbeheer te buiten gaat. Voorbeelden daarvan zijn het uitponden van onroerende zaken, het zelf verrichten van groot onderhoud of andere aanpassingen aan een zaak en het benutten van voorkennis of bijzondere vormen van kennis.


Volgens enkele arresten van de Hoge Raad leidt het uitponden van onroerende zaken op zich niet tot belastbare inkomsten. Er moeten aanvullende werkzaamheden worden verricht, die zijn gericht op het behalen van een redelijkerwijs te verwachten voordeel, dat hoger ligt dan het bij normaal actief vermogensbeheer te verwachten rendement. Het indienen van een verzoek tot wijziging van de op een perceel grond rustende bestemming is een voorbeeld van een aanvullende werkzaamheid waardoor de omvang van normale werkzaamheden binnen particulier vermogensbeheer wordt overschreden.


Dit deed zich voor bij iemand die twee percelen grond kocht en deze na wijziging van de bestemming met winst doorverkocht. Samen met een projectontwikkelaar had hij de gemeente benaderd over de mogelijkheid tot woningbouw op zijn percelen. Daarbij werd een schetsplan ingediend. Om het bestemmingsplan gewijzigd te krijgen voerde de grondeigenaar diverse malen overleg met de gemeente. De rechtbank ging niet mee in het betoog van de koper dat hij de percelen had verkocht omdat de locatie bij nader inzien niet geschikt was voor zijn onderneming. De rechtbank vond aannemelijk dat de grondeigenaar actief betrokken was geweest bij de pogingen om een bestemmingswijziging te bewerkstelligen. Gezien het feit dat de koopprijs was overeengekomen onder de voorwaarde dat de bestemmingswijziging zou plaatsvinden, had de grondeigenaar daar een financieel belang bij. Zonder bestemmingswijziging zouden de percelen beduidend minder waard zijn dan de overeengekomen prijs. De bestemmingswijziging was verdisconteerd in de overeengekomen koopprijs.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBGEL20185583, AWB 17/460 en AWB 17/461 | 10-01-2019

Wijzigingen inkomstenbelasting 2019 voor particulieren

Eigen woning
Het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde tussen € 75.000 en € 1.080.000 bedraagt in 2019 0,65% van de waarde. Voor het deel van de WOZ-waarde boven € 1.080.000 geldt een verhoogd eigenwoningforfait van 2,35%. Aftrek van betaalde hypotheekrente in de vierde tariefschijf gaat tegen 49% in plaats van tegen het tabeltarief van 51,75%. Het percentage waartegen aftrek in de vierde tariefschijf wordt verleend daalt ieder jaar met 0,5%.


De rente in een uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) is onbelast als de uitkering in 2019 niet meer bedraagt dan € 166.000. De vrijstelling voor de KEW geldt alleen voor op 1 januari 2013 bestaande verzekeringen die voldoen aan alle voorwaarden.


De maximale vrijstelling voor kamerverhuur bedraagt in 2019 € 5.367.


Premies lijfrenteverzekeringen
Betaalde premies voor lijfrenteverzekeringen zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Voor iemand die op 1 januari de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt bedraagt de aftrekbare premie, dat is de jaarruimte, in 2019 13,3% van de premiegrondslag. De jaarruimte is maximaal € 12.678. De jaarruimte wordt verminderd met de opbouw van pensioenaanspraken en dotaties aan de oudedagsreserve.


Wie in de voorgaande zeven jaar de jaarruimte niet of niet geheel heeft benut, kan gebruik maken van een aanvullende aftrek. Deze reserveringsruimte bedraagt 17% van de premiegrondslag in het jaar van aftrek. Er geldt een maximum van € 7.254. Voor wie aan het begin van het kalenderjaar maximaal tien jaar jonger is dan de AOW-leeftijd wordt dit maximum verhoogd tot € 14.322. De premiegrondslag is het totaal van de winst uit onderneming, het resultaat uit werkzaamheden en het inkomen uit arbeid in het vorige jaar, met een maximum van € 107.593 en verminderd met de franchise ter grootte van € 12.275.


Voor tijdelijke oudedagslijfrenten geldt als voorwaarde voor aftrekbaarheid van de premie dat het bedrag van de jaarlijkse uitkering niet hoger mag zijn dan € 21.741. De uitkeringen mogen niet eerder ingaan dan in het jaar waarin men de AOW-leeftijd bereikt.


Box 3
In box 3 wordt belasting geheven tegen een tarief van 30% over de grondslag voor sparen en beleggen. Dat is het vermogen in box 3 verminderd met de vrijstelling.
























Deel grondslag sparen en beleggenSpaardeel 0,13%Beleggingsdeel 5,60%Forfaitair rendement
Tot en met € 71.65067%33%1,94%
Van € 71.650 tot en met € 989.73621%79%4,45%
Vanaf € 989.7360%100%5,60%

in box 3 van € 30.360 per persoon. Schulden komen tot een bedrag van € 3.100 per persoon niet in mindering op de grondslag voor sparen en beleggen.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 04-01-2019

Acc-Cent

Het Spoor 98
3994 AL Houten
030 – 6360471
info@acc-cent.nl

Route

Aangesloten bij

KvK: 59893397
  

Algemene voorwaarden
Privacy en disclaimer

Direct naar